Categoriearchief: Extra bij het boek

“Wat heb je eraan?”

Screen Shot 2016-04-13 at 14.56.27

Bekend van de Vakconferentie Wetenschapscommunicatie: de Bullshit Bingo voor wetenschappers/journalisten*. Nu ook te spelen in je eigen ivoren toren/op de redactie*. De volgende keer als je wordt gebeld “voor een korte quote”/minutenlang zit te luisteren naar details en nuances van een onnavolgbare onderzoeker*, pak er dan één van onze bullshitbingokaarten (PDF) bij.

*Doorhalen wat niet van toepassing is

 

 

Vijf tips bij filmen van onderzoek

Trainer en sociaal psycholoog Brigitte Hertz promoveerde dit najaar. Zij wilde met dit filmpje meer bekendheid geven aan haar onderzoeksresultaten. Misschien wil je zelf ook zoiets maken en weten hoe je dat doet? Lees dan nog even door voor praktische tips.

Het kan handig zijn om een filmpje te maken over je belangrijkste onderzoeksresultaten. Je bereikt een groter publiek en ook journalisten weten je beter te vinden. Het kan je zelfs helpen bij je onderzoek: Je trekt meer lezers naar je wetenschappelijke publicaties en kunt andere wetenschappers vinden om mee samen te werken.
De animaties in dit filmpje zijn door de onderzoeker zelf gemaakt met behulp van PowerPoint. Het split-screen effect kun je vervangen door een afwisseling van interview en animaties.


1. Kies je camera

Het interview filmden we met een digitale videocamera; dat is een relatief goedkope oplossing. Filmen met een spiegelreflexcamera geeft wat meer scherptediepte en is ook niet meer zo duur. Filmen met je telefoon kan ook werken als je ‘m op z’n kant houdt (‘landscape’) en een statief gebruikt.

2. Let op de geluidskwaliteit

Gebruik bij voorkeur een aparte microfoon. Of film in een geluidsarme ruimte met weinig achtergrondlawaai, liefst met geluid-absorberende materialen zoals gordijnen of tapijt. Let op dat er in de ruimte waarin je filmt geen brommende (koelkast) of zoemende (TL-lamp) apparaten zijn, of zet ze tijdelijk uit. Wanneer je buiten filmt, houd de microfoon dan heel dichtbij.

3. Kies een passende locatie

Wanneer je werkt met animaties, houd je de omgeving van de geïnterviewde het liefst zo rustig mogelijk. Als je geen ander beeld gebruikt, denk dan aan een omgeving die iets te maken heeft met het onderwerp van het filmpje.

4. Bereid je goed voor

  • Brigitte begint het verhaal over haar onderzoek vanuit het publiek dat een probleem ervaart. Daarna vertelt ze pas hoe haar onderzoek een bijdrage levert.
  • Mik op een video van maximaal één minuut als je geen beeldmateriaal gebruikt. Een mix van interview met animaties mag iets langer zijn.
  • Deel je verhaal op in korte stukjes die elk niet langer zijn dan 10 tot 20 seconden per onderwerp.
  • Lees de teksten hardop voor en maak er spreektaal van.

5. Plan je project

  • Reken op een paar uur om je verhaal te maken en nog een paar uur om het te bespreken en aan te passen.
  • Het maken van de PowerPoint-animaties kostte ongeveer een halve dag.
  • Het opnemen van het de gesproken stukjes kostte ons 2 tot 3 uur inclusief het opbouwen van de locatie, het spelen met licht en het tussendoor aanpassen van de teksten.
  • Het monteren en plaatsen op Vimeo nam te slotte ongeveer 6 uur.

Meer weten over zelf een filmpje maken? Kijk in hoofdstuk 9 van ons boek.

Paid publicity

Op de dag die je wist dat DWDD wel niet was betaald om aandacht te besteden aan het Koningslied, publiceerde Roy Meijer een interessant stukje over zijn contact met de redactie van een SBS6-programma.

De TU Delft-voorlichter was gevraagd om een wetenschapper te leveren voor het programma Feiten & Fabels. De tweede vraag was of er ook budget was. Meijer verkeerde even in de veronderstelling te maken hebben met chequebook journalistiek. Daarbij betaalt een journalist om iemand te mogen interviewen.

Chequebook journalistiek staat niet zo hoog aangeschreven onder journalisten. Het omgekeerde, waarbij de geïnterviewde betaalt om in beeld te komen, staat nog een treetje lager. Het is een bedenkelijk soort valorisatie van de journalistiek.

Toen Meijer doorkreeg dat hij was gevraagd voor de laatste variant, wimpelde hij het ‘verzoek’ af. Uiteraard. Als wetenschapper moet je niet alleen uitkijken van wie je geld krijgt, maar ook aan wie je het geeft. “Sponsored content” geeft je weliswaar een zekere controle over de boodschap, maar je begeeft je op een pad dat glibberig is geworden door Palm Invest , en een geurtje heeft gekregen dankzij Rambam:


Als je je onderzoek onder de aandacht wil brengen, kun je een lezing geven, een filmpje maken en erover twitteren.

De wetenschap heeft genoeg interessante verhalen voor het genereren van free publicity.

Beeld bij je verhaal

Voordat je als onderzoeker voor de camera gaat staan, is het handig om na te denken over het beeld. Wat kun je laten zien? Spectaculaire experimenten en explosies hebben een grote attentiewaarde, maar ook met een simpel voorwerp of een situatie kom je een heel eind. De kijker ziet even iets anders dan een talking head en het geeft de editor vrijheid in de montage. De extra beelden kun je gebruiken als snijshot, om beeldovergangen en geknip in quotes te maskeren.

Voor het Centre for Applied Research on Economics & Management (CAREM) van de Hogeschool van Amsterdam trainden we onderzoekers om hun verhaal te vertellen in anderhalve minuut. Een paar simpele shots maken het verhaal duidelijker en afwisselender.
In de video van Lori Divito speelt de spijkerbroek van collega Hafid Ballafkih een bijrol:

 

Eric Melse kon de door zijn studenten ontwikkelde app op zijn telefoon laten zien:

 

* Zorg dat je een voorwerp hebt om te laten zien. Streef niet naar volledigheid: een onderdeel van een apparaat is beter dan een foto of blauwdruk van het hele apparaat: je kunt daarmee een specifiek verhaal houden.

* Je hoeft niet stad en land af te zoeken. Zeker als je weinig tijd hebt, kun je beter in de omgeving van je werkplek zoeken.

* Twijfel je of heb je geen idee? Vertel je verhaal aan iemand die niet in jouw onderzoek zit: de kans is groot dat zij suggesties hebben of je op ideeën brengen.

 

Waarom je nooit van taartpunten moeten spreken

En drie andere verwarrende begrippen…

taartpunten01

Taartpunt betekent normaalgesproken iets heel anders dan een onderdeel van een grafiek. Natuurlijk snapt je publiek uiteindelijk wel wat je bedoelt, maar het leidt af. Dat komt de concentratie niet ten goede.

taartpunten02

Ook verwarrend is:

  • Muismodel (‘Hee, wat doet die muis op de catwalk?’)
  • Data (‘Waar is mijn agenda?’)
  • Adresseren (‘Even de enveloppen pakken, dan doe ik mee!’)

Met dank aan de tekenaars van WUMO.

Vijf manieren voor een knallend begin

vuurwerk2015

In 2014: Je begint uitgebreid te vertellen over je onderzoek en net als het interessant wordt… is je publiek afgehaakt.

In 2015: Laatst ontmoette ik Virtuele Postdoc Anja. Ze was laaiend enthousiast vanwege het radio-interview over haar onderzoek.  Wanneer haar vroeger werd gevraagd wat voor onderzoek ze doet, begon ze altijd zo:

‘Mijn onderzoek gaat over vlekkenpatronen op koeien. De vlekken zijn erfelijk en worden doorgegeven van moeder op dochter. Soms ontstaat er een foutje in het DNA en dan verandert het patroon: sommige koeien worden dan ziek. Ik wil achterhalen hoe dat mechanisme werkt…’

Inmiddels heeft ze van ons geleerd dat je veel beter met iets kunt beginnen dat de verbeelding prikkelt. Anja kiest tegenwoordig één van deze vijf introducties.

  • Casestudy: ‘Clarabelle is een van onze melkkoeien uit mijn onderzoek. Het is een vriendelijk beest maar wat haar bijzonder maakt zijn haar vlekken. Die zijn anders dan die van de andere koeien….’
  • Maatschappelijk probleem: ‘Ongeveer de helft van de Europese koeien is regelmatig ziek en dat kost onze samenleving miljarden euro’s. Bovendien lijden de koeien zwaar onder hun ziekte. Inmiddels weten we dat de ziekte samenhangt met hun vlekkenpatroon…’
  • Persoonlijk probleem: ‘Boer Ahmed wil zijn inkomen verdubbelen en vraagt zich af welke koeien hij dan het beste kan gaan houden. Het is hem opgevallen dat koeien met een bepaald vlekkenpatroon minder vatbaar zijn voor ziektes….’
  • Eigen ervaring: ‘Wanneer ik met boeren in de regio praat vertellen ze me dat hun koeien vaak last hebben van ziektes. Dit lijkt samen te hangen met hun vlekkenpatroon…’
  • Beschrijving van een plaats: ‘Stel je voor dat je door een weiland met koeien loopt. Je ruikt de lentebries en vogels buitelen over elkaar heen. Het valt je op dat de koeien om je heen verschillende vlekkenpatronen hebben…’

Nu jij?

Je hoeft uiteraard zelf maar één manier te vinden om je publiek meteen bij je verhaal te betrekken. Veel succes ermee!

Ook een goede video over onderzoek gezien is, of heb je er zelf een gemaakt? Laat het ons weten. De beste video’s plaatsen we op onze site.

De onvermijdelijke zucht naar commotie en vermaak

janmulder

Redacteuren van talkshows zoeken de hele dag naar gasten. Ze bellen met politici, acteurs, schrijvers en wetenschappers. Over dat selectieproces schreef Rachel Franse een boek: De slag om de gast. Uiteindelijk gaat het bij de slag om die gast om de kijker. Want als er iets is waar televisiemakers doodsbang voor zijn, is het wel de afstandbediening.

Eindredacteuren kunnen aan de hand van kijkcijfergrafieken precies zien waar kijkers afhaken. Dat kan zijn omdat de presentator al te nonchalant onderuit zakt, omdat Jan Mulder in beeld is, of omdat een gast op een andere manier kijkers wegjaagt.

Gasten moeten vooral niet saai zijn, en als het even kan elkaar bestoken met gedurfde uitspraken. Het dagblad Trouw schreef over De slag om de gast: “Je kunt je wel afvragen of die zucht naar commotie en vermaak de journalistieke taak om een inhoudelijk debat te voeren dan niet voortdurend in de weg staat.”

Je kunt je nog wel meer afvragen. Neuropsycholoog Erik Scherder kreeg zijn boek “Laat je hersens niet zitten” pas uitgegeven na zijn optreden in De Wereld Draait Door. Je kunt je afvragen: is die uitgever opportunistisch? Is het treurig dat een hoogleraar met een goed verhaal zijn boek pas krijgt uitgegeven na een optreden op televisie?

Eén ding is zeker: als je wil dat je verhaal goed overkomt op camera, zul je daarvoor moeten trainen.

Heineken Young Scientist Awards 2014

In opdracht van de KNAW trainden wij (Lennart en Jeanine) de winnaars van de Heineken Young Scientist Awards. Tijdens de uitreikingsceremonie van de Heinekenprijzen werden de winnaars geinterviewd door Michiel Vos.

Celia Berkers (33), Universiteit Utrecht, krijgt de Heineken Young Scientist Award voor Biochemie en Biofysica voor haar onderzoek naar de werking van het proteasoom, een structuur in de cel die eiwitten afbreekt.
Alexander Vlaar (32), AMC, Geneeskunde, kreeg de prijs voor de Geneeskunde voor zijn onderzoek naar acute longschade als bijwerking van bloedtransfusies bij IC-patiënten.
Rob Middag (30), Universiteit van Otago (Nieuw-Zeeland), krijgt de Heineken Young Scientist Award voor Milieuwetenschappen voor zijn veldonderzoek naar sporenmetalen in oceanen. 

Irene van Renswoude (46), Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag, krijgt de Heineken Young Scientist Award voor de Historische Wetenschap voor haar onderzoek naar vrije meningsuiting in de late oudheid en de vroege middeleeuwen.
Martin Vinck (30), Yale (New Haven, Verenigde Staten), krijgt de Heineken Young Scientist Award voor de Cognitiewetenschap voor zijn onderzoek naar de rol van elektrische golven (oscillaties) in cognitieve processen.